Archive Portal Europe

woensdag 28 april 2010

Praktische zaken


Het laatste nieuws hier is de ‘overwinning’ van Inter. Slecht nieuws dus. Ik haal de jongens nooit meer in bij de Uefa Fantasy Champions League. Gelukkig heb ik vandaag al een ander hoogtepunt gehad. Om 12:00 mochten collega B. en ik namelijk aan de slag: “Post-custodial approaches at work in the Netherlands”. Een duo presentatie.


Beiden waren we eerlijk gezegd toch zenuwachtiger dan verwacht. De zaal zat dan ook voller dan verwacht en we hadden bepaalde verwachtingen gewekt. We hebben ons best gedaan. Ons verhaal ging over de inspanningen die we leveren met het ministerie van BZK en het Kadaster. Theorie en praktijk. We hadden een overvol programma en hadden dan ook de grootste moeite om ons binnen de tijd te houden. We liepen 7 minuten uit en ondanks onze eigen zenuwen, het noemen van post-cusfodial approaches en minifries of the Inferior waren de reacties positief. Onze boodschap was overgekomen. Vooral het feit dat we ingingen op de “lessons learned” werd erg op prijs gesteld.

Dat is misschien ook het thema van ECA. Theorie verbinden met de praktijk of zoals tijdens de openingsceremonie werd gezegd: “we must overcome practical issues.”



Het congres steekt ook in alle opzichten in op de praktijk. Alle 650 deelnemers zijn zich bewust van de praktische issues van het digitale archiveren en beseffen ook dat “e-archiving is something of the present, not the future”. Het congres trapte af met onze eigen emeritus hoogleraar Eric Ketelaar die ons wees op de veranderde verantwoordelijkheden van de archivaris. Op een vraag uit het publiek wat ons archivarissen onderscheid van informatiemanagers of ICT-ers had hij dan ook een duidelijk antwoord: “wij zijn verantwoordelijk voor het gehele continuüm van het record. De context. Niet alleen voor de individuele stukjes informatie. Het congres is begonnen.

dinsdag 27 april 2010

ECA 2010: de eerste dag

Vandaag aangekomen in Genève met collega B. na een vrij oninteressante reis vanuit Amsterdam. Geen aswolk, geen turbulentie. Maar op het vliegveld begon het congres direct. Want aan de bagageband kwam ik een oude bekende uit Kuala Lumpur (ICA 2008) tegen. Een Flying Reporter! Meteen ingezet op een aardig artikel over onze presentatie. Je moet het toch ergens vandaan halen.




Daarna door naar de stad en het hotel. Stad geweldig en hotel interessant... Ze rekenen hier volgens mij ook een geweldig uurtarief.

Na het regelen van de formaliteiten was het tijd voor serieuzer werk. We hebben onze presentatie eens stevig onder handen genomen. Na een uur of twee stevig onderhandelen waren er qua verdeling wel uit. B. de theorie en ik de praktijk. Het wordt een mooi verhaal. Jammer dat we maar een half uur mogen praten. Aan de andere kant: het mag soms ook wel wat korter.

Met een goed gevoel gingen we dan ook naar het congrescentrum. Want daar begon het echte werk: de eerste borrel. De borrels zijn het moeilijkst. Een presentatie schud ik er wel uit, maar een interessante conversatie gaande houden èn enigszins doordrinken op een inmiddels lege maag is lastig. Gelukkig had ik voldoende rugsteun van mijn collega's en is Daniel Pitti een leuke gesprekspartner.

Maar leuke gesprekspartner of niet, de maag won het uiteindelijk.



Om een uur of acht zijn we richting een  restaurant gegaan met onze congrestasjes en hebben we ons versterkt met een lekker stuk vlees. De eigenaar was zo vriendelijk om de televisie aan te zetten dus ik heb Bayern weer zien schitteren. Met als gevolg dat ik op dit tijdstip nog achter mijn laptop zit te tikken. En dan te bedenken dat ik ook nog iets voor de Flying Reporters zou schrijven...


Morgen verder.

zaterdag 24 april 2010

Eerlijk delen?

Om een zinvolle toepassing te vinden voor Google docs heb ik hard moeten nadenken. In beginsel is het natuurlijk een prachtige toepassing. Samen werken aan een dossier. Ideaal! Wie kent het niet? Je werkt in een werkgroep aan hèt idee van 2010. Iedereen heeft inspraak en mag zijn of haar zegje doen. Dat betekent in de meeste gevallen dat jij als secretaris (als zodanig benoemd omdat je er de eerste vergadering niet bij kon zijn) een stortvloed aan revisies mag doorploegen om te komen tot een idee van 2010. Op zulke momenten biedt een tool als Google docs de oplossing: slechts één stortvloed en netjes gedocumenteerd in tijd.

Maar dan moet wel iedereen met Google werken en het is de vraag of je alles wil delen met de grote G. Gevoelsmatige kwestie misschien, maar laten we eerlijk zijn: soms zijn de reclames bij je Gmail wel erg gepersonaliseerd...

Toch heb ik er wel iets voor gevonden. Volgende week reis ik samen met o.a. Bart Ballaux af richting Genève voor het ECA 2010. Om een optimaal programma te volgen, heb ik een persoonlijk programma gemaakt dat ik deel met de meereizende collega's. Daarnaast heb ik een format voor sessieverslagen aangemaakt, want we hebben natuurlijk allemaal de intentie om uitvoerige verslagen te maken... :-)

zondag 18 april 2010

Op de kaart


Grotere kaart weergeven

Na het kijken van een documentaire over SXSW in Austin Texas ben ik begonnen met georeferen. Één van de ‘entrepreneurs’ sprak zijn vertrouwen uit in de Gowalla. Dan kun je natuurlijk niet achterblijven.
Gowalla is ‘the easiest way to share places you go with friends’. Dat hebben mijn friends geweten: ik hield enkele dagen nauwkeurig bij waar ik was, wanneer ik daar was en eventueel wat ik daar deed. Dat werd mij –tot mijn grote verbazing- niet in dank afgenomen. Het blijkt namelijk dat ik mij meestal op een NS station bevind en dat kan niemand ook maar iets schelen. Ik werd dan ook vriendelijk verzocht mijn georeferentie te staken. Of in ieder geval de link naar Twitter en Facebook te doorbreken. Ik ben maar gestopt. Georeferen is niets voor mij.

Archiefstukken daarentegen zijn ideaal georeferentiemateriaal. Archief is procesgebonden informatie waarmee wij als onwetende burgers processen kunnen reconstrueren. Elk proces heeft geografische kenmerken. Bij kaarten is die link evident, maar ook tekstuele archiefdocumenten kunnen nu eenvoudig geografisch tot leven gebracht worden. Dat maakt mij ook zo nieuwsgierig naar de acquisitie van tweets door de LOC. Zit hier ook de geoinfo die je aan een tweet kan toevoegen bij zoals Layar dat al doet? De landkaart van een roddel…


Terug naar de bron weergeven op een grotere kaart

zondag 4 april 2010

Brandend zand en andere verhalen

Zoals ik het zie, zijn archieven een communicatiekanaal naar het verleden. In mijn geval letterlijk, want het is een manier geworden om met mijn vader te praten over zijn verleden. Het kenmerkende van mijn vader is namelijk dat hij niet of nauwelijks over zijn verleden praat. Het is taboe. Archieven zijn niet taboe, hoogstens beperkt openbaar. Daar liggen dus mogelijkheden.

Zoals mijn naam al verraadt, heb ik Chinees bloed. Ik ben dan ook een product van de Nederlandse koloniale geschiedenis. Mijn vader werd geboren in Nederlands-Indië in de stad die nu Jakarta heet. Mijn oma was een Indische Nederlandse en opa een Indische Chinees.




Het geboorteland van mijn vader bestaat niet meer. Na de soevereiniteitsoverdracht raakte hij en vele anderen als het ware een stukje van hun geschiedenis kwijt. Zij woonden niet langer in Nederlands-Indië, maar bevonden zich plotseling in de nieuwe republiek Indonesië. En hoewel mijn oma een Nederlands paspoort had, werden mijn vader en zijn broers en zussen plotseling Indonesiërs.

In het dagelijks leven merkte mijn vader hier niet veel van. Hij was nog jong. Maar op zijn tiende werd de nieuwe realiteit ook aan mijn vader opgedrongen. Wat in Nederland bekend staat als Zwarte Sinterklaas heeft mijn vader aan den lijve meegemaakt. In 1957 nationaliseerde Soekarno alle Nederlandse bedrijven in Indonesië en werden de Nederlanders gesommeerd het land te verlaten. Mijn oma moest vertrekken en nam haar kinderen mee. Opeens was mijn vader stateloos.

Dit is een traumatische ervaring geweest voor veel Indische Nederlanders en ook voor mijn vader. Vaak is het onderwerp nog steeds taboe en wordt er niet over gesproken. De tweede generatie wil echter meer weten van het verleden van haar ouders en moet op zoek naar andere bronnen: archieven.

Het Nationaal Archief is in dat opzicht een schatkamer. De vele overheidsarchieven geven een beeld van Nederlands-Indië en van het leven dat mijn vader daar geleefd heeft. Maar hoe kom ik dichter bij mijn vader zelf? De overheid is slechts een van de actoren in de samenleving en vertelt slechts een deel van het verhaal.

Een mooie ontdekking deed ik in een particulier archief dat door het Nationaal Archief is verworven. Daar vond ik een passagierslijst van de m.s. ‘Johan van Oldenbarnevelt’ van de Stoomvaart Maatschappij Nederland uit 1957. Daaruit blijkt dat mijn oma, mijn vader, ooms en tante in december vertrokken uit de haven van Tanjung Priok richting Amsterdam. Ik weet in welke hut zij zaten, wie hun buren waren en hoeveel de overtocht heeft gekost (adoe duur!). En dat mijn oma had gewerkt als modiste. Kleine beetjes informatie over het leven van mijn vader. Die ik kan delen via archieven.



2.20.23 Inventaris van het archief van de Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN), (1853) 1870-1972 (1973), inv.nr. 963

Ik wacht dan ook op de overdracht van het archief van het Hoge Commissariaat in Indonesië te Jakarta. Daar zouden dossiers in kunnen zitten over de nationaliteitsaanvraag van mijn vader. Het heeft Hare Majesteit namelijk ooit behaagd mijn vader de Nederlandse nationaliteit te verlenen…

zaterdag 3 april 2010

Filmen alsof je leven er van af hangt

Ding #8 komt wat laat voor mij. Youtube is al een oude bekende. Hele avonden kun je er mee vullen. Vaak het teken dat het feestje thuis klaar is... Want zo begint het meestal: je laat een filmpje zien aan je vrienden en daarna weet iedereen er wel weer eentje. Exit feestje; enter Youtube. Ik eindig meestal bij Eddy Murphy en Michael Jackson.



Maar gelukkig zijn er ook serieuzere toepassingen voor Youtube. Zo kunnen we dankzij het Nationaal Archief de gehele 7e Ketelaarlezing terugzien op Youtube...



Inspirerend, maar misschien leent de Ketelaarlezing zich niet echt voor dit medium. Youtube noem ik vluchtig en daar hoort bij luchtig. En dat hebben ze bij Digital Preservation Europe (en die kun je zelf niet vluchtig noemen) begrepen.




Youtube kan dus gebruikt worden om een heel ander publiek te bereiken! Maar hou dan wel rekening met de concentratiespanne van dat publiek ;-)

Mashen?

Mashen? Is dat net zoiets als moshen?

Toen ik nog jong en onbezonnen was, hield ik van metal, hardcore en punk... Hoogtepunt van de week was dan ook het bezoek aan the Pitt (Voor de kenners: de metalbar van Roosendaal)! Daar kon je uit je dak gaan in de moshpit. Daar verloor ik een deel van mijn voortanden. Daar werd ik vroegwijs. Daar leerde ik moshen.



Maar mashen is geen moshen. Al kun je daar ook wat energie kwijt. Vooral spelling met flickr blijft leuk.

IMG_5582 DSC_0262 S H letter I N Caslon metal type letter g tmerge-4 chocolate letter H IMG_5672_2 M letter O letter S letter H

Dat mashen bevalt me wel... Dat kost me geen tanden.

PS Tegenwoordig heb ik bitje in ;-)

ICA 2008 Kuala Lumpur


ICA 2008 Kuala Lumpur
Originally uploaded by ruudyap
Het is weer Paasweekend. Dat betekent sociale verplichtingen. Terwijl ik mijn tijd liever steek in sociaal vrijwilligerswerk... Gelukkig heb ik nog wat dingen liggen. Heerlijk dat studeren!

Als tweede onderdeel van ding #6 wordt er gevraagd wat archiefgerelateerde foto's te schieten en die op Flickr te plaatsen. Gelukkig had ik nog wat foto's liggen.

Dit is er één van. Een trots moment. Dat natuurlijk gedocumenteerd moest worden. Al was het alleen maar ter verantwoording van die lange vlucht.

Dat verantwoorden lijkt dus steeds makkelijker te worden. Maar daar kun je als archivaris nog uren over doorschrijven...

#6 Ontdek Flickr

Foto's maken, foto's online bewaren, foto's delen. Hadden ze Flickr maar een jaartje of twintig geleden gehad. Dan had ik misschien ook wat meer kinderfoto's over. Ruud in een badje. Dat soort dingen.

Helaas heb ik nog één chronologisch slecht geordend fotoboek met foto's uit mijn jeugd over. Het resultaat van mijn omzwervingen als student, een scheiding hier en daar en een misverstand over een aantal verhuisdozen. Zie hier het resultaat:

Gelukkig hebben we nu dan Flickr. Nooit meer mijmeren over het verleden naar aanleiding van een verloren Praxisverhuisdoos. Gewoon een zoekvraag opvoeren en daar zijn ze dan: de babyfoto's.

Dat hoeven we niet eens zelf te doen. Kijk maar naar de photostream van het Nationaal Archief. Mijn vader heeft geen foto gemaakt toen hij vanuit Tandjung Priok op de boot (Johan van Oldebarneveld) naar Nederland werd verscheept op verzoek van Soekarno, maar via Flickr kan hij een stukje van zijn verleden (her)ontdekken. Vandaar ook de de onderstaande foto van een schoolklasje kleine Indo's. Zo heeft mijn vader ze ook gebouwd.

Repatrianten