Archive Portal Europe

donderdag 14 oktober 2010

Organisatieontwikkeling

Digitaal werken = cultuurverandering. Daar kun je soms best een handje bij gebruiken. Op het internet vond ik dit adviesbureau. Uitstekend voor het programma Digitaal Depot Diensten.

zaterdag 2 oktober 2010

De draaideur ambtenaar

Als ambtenaar mijmer ik wel eens over de stap naar het bedrijfsleven: minder regeldruk, politiek en een beter uurtarief. Het regeerakkoord lijkt het erfgoed te ontzien (daar verschuilt zich immers het waarachtige Nederland) maar je weet het nooit.

In afwachting van het CDA congres lees ik een artikel over de overstap van Wouter Bos naar KPMG. Een interessant artikel over het schijnbare gemak waarmee voormalig minister Bos zijn bij de overheid vergaarde kennis en expertise in mag gaan zetten voor de bedrijfsmatige zaak.

Het artikel buigt zich over de ontbrekende regels in overheisland Nederland met betrekking tot belangenverstrengeling of concurrentiebeding. Waar je bij elk zichzelf respecterend bedrijf na vertrek je drie jaar lang niet binnen het werkterrein actief mag zijn tenzij tegen betaling van een fikse afkoopsom, is het voor ambtenaren technisch mogelijk om op vrijdag afscheid te nemen en op maandag als consultant je weer te melden aan hetzelfde bureau.

In andere landen bestaan daar ethische commissies voor en ook de Europese Unie buigt zich over het formuleren van gedragsregels voor publieke gezagsdragers. Hoewel het hier vaak nog gaat om draaideur-politici vind ik het ook een relevante discussie voor de ambtenarij. In een tijd waarin we volgens Marc Chavannes geconfronteerd worden met "ongerichte bezuinigingstaakstellingen" die leiden tot "relatief verfijnd ontwijkgedrag (...). Outsourcing van taken, inhuren van adviseurs", mogen we namelijk best kritisch kijken naar hoe dat ingericht kan worden.

Laten we proberen de kloof politiek-burger niet te verrijken met de kloof ambtenarij-burger. Het unanieme beeld dat het allemaal wel minder kan met die overheidsdienaars moeten we niet versterken met de draaideur-ambtenaar. Op die manier geven we ons gedoogkabinet nog gelijk ook. En dat laat ik liever aan CDA congressen over...


- Posted using BlogPress from my iPhone

dinsdag 21 september 2010

Waarom we zo snel mogelijk digitaal moeten

Of in ieder geval alle stellingkasten moeten vastzetten.

maandag 20 september 2010

En toch wil ik er bij zijn!

Maandag is mijn studiedag en deze maandag zit ik zelfs als student-lid in een bestuursvergadering van de KVAN. Maar vandaag wil ik op meerdere plekken tegelijk zijn: ik laat het certificaat natuurlijk niet schieten.

Door de inzet van een aantal dingen hoeft dat gelukkig ook niet:

dinsdag 14 september 2010

Blessuretijd

Mijn favoriete ding is toch wel de blog. Ik vind het gewoon leuk om te schrijven en doe dat te weinig. Bovendien heeft het mij veel tijd bespaard na mijn vakantie.

Waar ben je geweest?

Wat heb je gedaan?

De vakantiefoto's terreur?

Het leerprogramma heeft mijn leven dan ook vooral makkelijker gemaakt: ik sta constant in contact met collega's over de hele wereld en sta nog zelden voor een onoplosbaar probleem. Misschien chargeer ik het een beetje, maar zo voelt het soms wel.

De dingen wil ik dan ook zo benaderen: instrumenten die het leven makkelijker maken. De volgende stap is de verdieping. Of om met de meest vervelende congresvraag te komen: “Is this good?” Want zo zouden we, zoals Steve Bailey, al stelt wel eens kritischer kunnen kijken naar de achterkant van een aantal dingen.

Records management futurewatch: Is the Cloud aware that it has 'the future of digital archiving in its hands'?

We blijven natuurlijk archivarissen.

Na 23 dingen heb ik dan ook weer 23 nieuwe en uitdagende vragen.

23-archiefdingen was voor mij als een wedstrijd van PSV: spannend tot in de blessuretijd.


http://senioren.voetbal.nl/article/3651/cartoon-achtervolging-de-eredivisie

Dingen op je mobiel

Op 500 meter van de finish een klapband krijgen. Dit is ding #22 van de 23 dingen en ik heb nog maar een paar dagen om het zaakje af te ronden. Krijgt iedereen een certificaat terwijl ik nog met mijn iPhone sta te kl#@!$. Een smartphone is een geweldig bezit, maar het slokt ook onevenredig veel tijd op: mailen, twitteren, bloggen, Facebooken, treinreizen plannen, spelletjes spelen, films kijken, muziek luisteren, internetten en voetbal kijken. Het houdt niet op, tenzij iemand je belt. Vreselijk onhandig die functie.

http://gizmodo.com/5624141/microsofts-1-billion-smart-phone-bet-thats-chump-change

Voor mij is 2.0 pas begonnen na de ontvangst van de eerder genoemde telefoon. Twitteren, bloggen en Facebook: het heeft pas zin als je dat plaats en tijdsonafhankelijk kan doen. Net zoals een gesprek gebaat is bij live contact. Een prachtig voorbeeld waar dit allemaal toe kan leiden is augmented reality: met behulp van je iPhone, sociale netwerken en een stukje techniek de werkelijkheid verrijken. De realiteit met context verrijken. Moet de archivaris als muziek in de oren klinken.

Gowalla Spots Layar from C2K internet solutions on Vimeo.


Een tijdje heb ik ook bijgedragen aan de Gowalla verrijking, maar ik heb mij verplaatst naar foursquare. Want er deed geen archivaris met mij mee.

Voor archiefinstellingen kan de smartphone een handig instrument zijn. Zeker als men werk gaat maken van de smart van de phone. Zo heeft TNA al een app waarmee affiches gekocht kunnen worden.

Je zou ook kunnen denken aan een app waarmee een opdracht gegeven kan worden voor het maken van een digitale reproductie: je maakt een foto en stuurt hem met je telefoon door naar het archief © (dit idee heb ik reeds gepatenteerd).

De meerwaarde zit hem voor archieven dan ook in het overal en altijd kunnen participeren met de bezoeker: informatie delen, verrijken, verkopen en beschikbaar stellen.

zondag 29 augustus 2010

Archief twee-punt-nul

Wat levert Archief 2.0 op voor de archivaris. Niet zo bar veel als we moeten afgaan op het aantal reacties op de discussie “Wat heeft Archief 2.0 voor 700 leden opgeleverd?”. Gelukkig is de werkelijkheid minder hard. Archief 2.0 is namelijk geen ding. Het gaat niet om specifieke sites, communities of instrumenten. Het gaat om positieve houding naar de buitenwereld toe. Niet alleen brengen, maar ook halen. Niet alleen, maar samen. In dat opzicht sluit ik mij dan ook aan bij het Manifest voor de archivaris 2.0. Die houding brengt en gaat de archivaris veel plezier brengen. Kijk maar naar de verschillende dingen die hier de revue zijn gepasseerd. Stuk voor stuk maken zij het werk leuker, interessanter en beter.

We moeten denk ik wel oppassen om niet in de valkuilen van 2.0 te vallen. Niet alles dat glinstert is goud. Als archivaris sta ik in de eerste plaats voor vindbaarheid, interpreteerbaarheid, authenticiteit, volledigheid, leesbaarheid en exclusiviteit. Die voorwaarden moeten vervuld worden naast de nieuwe waarden van 2.0. Beide zijn gelijkwaardig. Is Archief 2.0 namelijk niet gebouwd op de fundamenten van 1.0?

Voetnoten

Het is al weer enige tijd geleden dat ik hier iets heb geschreven. De rust van de vakantie is er uit denk ik. Het is dan ook al weer meer dan een maand geleden dat ik rondliep in het land van mijn voorvaderen. Zucht...

Voor mijn reis had ik vele romantische ideeën over de voormalige Oost. Nederlands-Indië, tempoe doeloe en altijd nasi. Waanideeën bleek al snel na aankomst. De republiek Indonesia herinnert in niets aan het Nederlands-Indië waarover sommige familieleden nog wel eens mijmeren. Af en toe staat er nog een gebouw uit de koloniale tijd en wordt je in vlekkeloos Nederlands aangesproken, maar de Nederlandsche club is al jaren gesloten.

Toko Oen

Op sites zoals Footnote kun je echter de plek in mijn hoofd doen herleven. Als ik kijk naar het succes van themasites zoals Afscheid van Indië dan wordt ik vrolijk. Zoveel kennis die anders verloren gaat of niet wordt gebruikt, kan nu bij iedereen binnenstromen. En laten we eerlijk zijn: het is ook fijn om met je onderzoek te kunnen pronken.

Met de kaarten, foto’s, onderzoek en de herinneringen van mensen rijdt tramlijn 4 weer binnen no time door een virtueel Batavia.

Batavia. Kleding wassen aan de Molenvliet (boven). Tramlijn 4 in Batavia (onder)

De vraag is dan ook niet welke onderdelen van Footnote toepasbaar zouden kunnen zijn voor het Nationaal Archief, maar hoe wij onze collectie toepasbaar kunnen maken voor Footnote. Alleen scannen is dan niet voldoende. Om met een gewaardeerde collega te spreken begint (en eindigt) alles met metadata. Als we er in slagen de gelaagdheid en rijkheid van onze collectie te vangen met metadata en samen te brengen met onze gedigitaliseerde collectie dan is de geboorte van Footnote Dutch Delight niet ver weg meer.

woensdag 28 juli 2010

Familiebezoek en onderzoek

Stamboomonderzoek. Als student Geschiedenis had ik er niets mee. Tijdens mijn frequente koffiepauzes vond ik niet het onderzoek, maar de onderzoekers fascinerend. Ze konden uren met elkaar praten over verre voorouders en concludeerden dan meestal met de opmerking dat zij waarschijnlijk afstamden van een oud adellijk geslacht. Het zal je hobby maar zijn dacht ik dan.

Alles veranderde toen ik na het wederom scheiden van mijn ouders (2x trouwen = 2 x scheiden, ze doen graag dingen dubbel). Op dat soort momenten wil je namelijk wel weten uit wat voor soort hout je eigenlijk gesneden bent. Mijn vader is wat zwijgzaam over dat soort zaken, maar daar heb je dan gelukkig archieven en archiefinstellingen voor.

Als ik kijk naar de verschillende netwerken en mijn eigen ervaring dan valt mij op dat de genealoog het zelf wel red in eigen kring. De vriendendiensten bewijzen dat. Als archief en als archivaris moet je daar niet willen helpen. Luisteren is voldoende: het is jouw taak om te zorgen dat de bronnen toegankelijk blijven of worden gemaakt. Dat je weet wat je hebt en wat je niet hebt. Welke antwoorden je moet hebben vertelt de gemeenschap wel.

De FamilySearch indexing tool is een goede manier om bronnen gestructureerd en eenduidig te ontsluiten. Ik heb niet veel voeling met de achterliggende organisatie en diens motivatie, maar dergelijke instrumenten zijn mijns inziens onontbeerlijk bij de ontsluiting van genealogische bronnen.

Op vakantie lees je boeken

Het is altijd aan te raden om enkele boeken mee te nemen op vakantie. Reizen is namelijk voor een groot deel wachten. Wachten op het vliegtuig. Wachten op de boot. Wachten op de bus. Wachten op elkaar. Aanvankelijk allemaal momenten om je ogen uit te kijken, maar na de eerste trits wachtsessies geeft een boek veel troost.

Om een beetje bij te houden wat je hebt gelezen heb ik (ook om mijn 23 archiefdingen weer op te pakken) de boeken die ik tijdens mijn vakantie heb gelezen opgenomen in LibraryThing. Interessante applicatie. Grote voordeel is zoals bij veel van de dingen het feit dat je het lijstje niet kwijtraakt en direct kan delen met anderen. Zo weet iedereen wat je hebt gelezen en weet iedereen dat dat geweldige idee dat je het werkoverleg inslingert niet van jou is, maar van de auteur van het laatste boek dat je hebt gelezen. Is wel zo helder.

Om die reden heb ik direct de literatuurlijst van mijn scriptie opgenomen.

dinsdag 27 juli 2010

Foto's dan maar

Je vergeet altijd wel iets op vakantie. Dit maal het kabeltje van het fotomasjien. Gelukkig lag de kabel in de bovenste la. Dus voor de thuisblijvers een kleine selectie. Ik zie jullie bij de koffieautomaat.

Indonesie 2010 012

Indonesie 2010 025

Indonesie 2010 043

Indonesie 2010 119

Indonesie 2010 189

Indonesie 2010 219

Indonesie 2010 319

zondag 25 juli 2010

Istanbul


Jakarta-Istanbul-Amsterdam weergeven op een grotere kaart

De laatste loodjes wegen het zwaarst. Dat valt bij deze vakantie wel mee. Natuurlijk moeten we bijna 15 uur vliegen met de benen in de nek, maar daar staat dan wel weer een drankje in Istanbul tegenover. Het is geen straf. Nog een paar uurtjes en we zijn weer in Nederland. L. begint dinsdag weer en ik heb buiten de redactievergadering van het Archievenblad morgenmiddag nog een week respijt. Ik ga woensdag voorzichtig mijn e-mail maar eens lezen. Met stille kracht...


- Posted using BlogPress from my iPhone

donderdag 22 juli 2010

Kuta, Bali


View Larger Map

Inmiddels zijn we weer op pad. Omdat we vanaf Bali naar Jakarta vliegen trokken we richting het zuiden. Nu zitten we in Kuta op Bali. We waren gewaarschuwd, maar het is dichtbij het vliegveld. Hoe erg kan het zijn...?

Na ongeveer vier minuten kan ik je dit vertellen: als je slim bent kom je nooit in Kuta, Bali. Al het mooie van Indonesië van de afgelopen weken is hier in één keer weggespoeld. Alleen met een stevige borrel is het enigszins dragelijk. Als je van Lloret de Mar houdt zit je hier uitstekend, maar in alle andere gevallen: het strand van Scheveningen heeft meer allure.

Morgen vertrekken we hier weer. In Jakarta ga ik dan nog op zoek naar een shirt van Persija. Daarna bereid ik mij mentaal voor op de reis terug naar Belanda en vergeet ik de Bali episode. Hebben we al een kabinet?


- Posted using BlogPress from my iPhone

Kuta, Lombok

Na mijn surfervaring is er enige verwijdering tussen mij en L. ontstaan. Mijn andere oor zit nu ook dicht. Gelukkig heeft L. een boek bij zich en zijn de stranden hier heerlijk. Mijn gehoorschade heeft gek genoeg geen invloed op mijn rijvaardigheid. Dat ze in Indonesië niet om een motorrijbewijs vragen heeft daar niets mee te maken.


View Larger Map

Het zuiden van Lombok is prachtig. Kuta en omgeving kennen alleen adembenemende baaien en dito stranden. Het mooiste stuk Indonesië waar we tot nu toe zijn geweest. We kunnen het weten, want dankzij het gebrek aan fatsoenlijke bewegwijzering hebben we het gehele zuiden gezien. Vooral de bergapen waren leuk. Deden mij denken aan familie. Minder grappig was het veelal ontbreken van wegdek, ook bij stijle afdalingen. Op dat moment dacht ik vooral aan de verder onderverzekerde motor en bestuurders. Waarbij het eerste mij meer dwars zat dan het tweede.

zaterdag 17 juli 2010

Bangkok Women R Actually Fellas

Geen appel, maar een oorontsteking (linkeroor) luidde de zondeval in. We moesten het paradijs dat Gili Trawangan is achterlaten. Niet dat we niet konden blijven, maar ik mocht niet meer duiken van de dokter.

Op Gili T ben ik namelijk toegetreden tot het duikersgilde en mag ik mij nu een Open Water Diver noemen. Dat klinkt heel stoer en dat is het ook ;) Een hele ontspannen gilde. Je zou er je baan voor opgeven.

Zo ontspannen dat alleen een fikse pijn mijn humeur wist te verpesten. Ach, dan maar door. Nu zitten we een nachtje in Senggigi(een spookstad) op weg naar Kuta Lombok. Op naar een andere gilde: het surfersgilde.

De reis gaat door...


Grotere kaart weergeven

zondag 11 juli 2010

Het noorden van Bali

Over het noorden van Bali en Lovina kan ik kort zijn: als je niet gaat duiken, kun je er beter niet heengaan. Het is nogal tam. Het is wel wat meer ingericht voor toeristen, maar dat betekende vooral een afscheid van het heerlijke eten van Java... In Lovina is de houtoven pizza populair met op twee de bordjes pasta... Bah!


Grotere kaart weergeven

De enige remedie: doorreizen. Geen straf. Met de bemo door het prachtige Bali uit de reisboekjes en per boot naar de Gili's. Paradijs!


Grotere kaart weergeven

- Posted using BlogPress from my iPhone

vrijdag 9 juli 2010

De weg naar Kaapstad en Bali

Holland kleurt Oranje. Ik heb begrepen dat er meer dan 13 miljoen Nederlanders hebben gekeken naar de GEWONNEN halve finale (op naar ons eigen trauma :-)! Wij hebben daar ook aan proberen bij te dragen. Want hoewel de verjaardag van L. de hoofdreden van ons snelle vertrek naar Bali was, kon het een en ander natuurlijk pas gebeuren na de wedstrijd. Die hebben we bekeken in de plaatselijke Hollandse kroeg. Iedere plek ter wereld heeft wel zo'n kroeg. Je kent het wel: Shell familie in de ene, Hollandse man van middelbare leeftijd met vrouw van ver onder deze leeftijd in de andere hoek... Oudhollandse gezelligheid! Toen de eerste goal door uitgerekend een Indo werd gemaakt, ging het dak er natuurlijk af!

De volgende dag vertrokken we met de bus richting Bali. Dit vervoersmiddel hadden we op de stadsbussen en de bemo's nog niet gehad.


Grotere kaart weergeven

Het was een hele ervaring. Het motto van de busmaatschappij was "There is always room for one more". Een bus kent een vast aantal plaatsen. In Indonesië geldt dat alleen voor de zitplaatsen. Het aantal overige plaatsen (hang-, lig-, hurk- en hangplaatsen, red.) is afhankelijk van de grootte van de reiziger inclusief eventuele bagage. Het is dat het kabeltje van het fototoestel nog in Nederland ligt, maar anders had ik u kunnen verblijden met diverse afbeeldingen van tenen, handen en van mijzelf met op mijn schouder een in slaap gevallen medereiziger. Lekker knus. L. en ik begrepen nu waarom de jongen van de touroperator met bezorgd gezicht bleef herhalen dat het om de laatste zitplekken ging. Maar gedurende de 19 uur reistijd maak je wel nieuwe vrienden. Omdat we elkaar niet altijd begrijpen en ik sowieso "Gado Gado" wordt genoemd, zijn wij ook maar overgegaan op bijnamen: opa Sok, opa Lastig (kon niet blijven zitten en viel dus elke keer om), monster 1 en 2 (twee kleine jongentjes die best wat Ritalin zouden kunnen gebruiken), Kwik, Kwek en Kwak (lagen boven ons op de hoedenplank) en Saaie Duitse. In Gilimanuk namen we afscheid van elkaar.

Nu zitten we dus in Lovina. Strand, zon en lekker niets doen.

donderdag 8 juli 2010

HBS meneer... Meisjes uit Arnhem! Aduh!

Morgen vertrek ik vanuit Yogya richting Lovina op Bali. Het betere strandwerk. De stad zit er op en L. is donderdag jarig (ze wordt weer 30). Dat zal een ander soort Indonesië worden.

Yogya een toeristische must do. Niet alleen heeft Yogya een echte kraton, ook de omgeving geeft voldoende reden tot een kort verblijf. Want niets minder dan de Borobudur en het Prambanan tempelcomplex staan op enkele kilometers buiten de stad.


View Larger Map

Yogya is het leukst als je een beetje voorbereid naar de stad komt. Je moet de geschiedenis kennen om de stad te kunnen waarderen. Want zoals in alle andere Aziatische steden zou een welstandscommissie nog enig missiewerk te verrichten hebben. Het toppunt van de stad vond ik dan ook het levende stuk geschiedenis dat ik tegen het lijf liep in de kraton. Het was een van de oudere beheerders die nog vloeiend Nederlands sprak. Beter dan hullie in Nederland schatte ik zo in. Hij was ook niet te stoppen: "HBS meneer. Ik was zwak in de wiskundige vakken, maar sterk in de sociale vakken. En weet u wat ze zeggen over Arnhem? Dat de meisjes zo mooi zijn! Meisjes uit Arnhem! Aduh!"

dinsdag 6 juli 2010

Pasar op een heuveltje

Om ons de omgeving te laten zien had mijn vader een auto gecharterd. Of liever gezegd: hij had een broer van een vriendin inclusief auto geregeld. Daarmee konden we richting Kopeng om de Gunung Merapi en Gunung Merbabu te bekijken. Dat was in elk geval het plan. Het werd uiteindelijk Semarang. Laaghangende bewolking. Niets te zien.


View Larger Map

Semarang is de stad van mijn oma. Veel herinnert nog aan de koloniale tijd. Toko Oen voorop, maar ook de duizend deuren gevangenis... Ook hier zie je weer dat dit verleden niet meer leeft.


View Larger Map

De omweg leidde ook tot een onverwacht juweeltje : een pasar ergens in een bergdorpje (de naam ben ik al weer kwijt, maar het zou Ungaran geweest kunnen zijn) waar we de plaatselijke bakso hebben gegeten. Makan enak! Hier heb ik ook bijna L. kunnen verkopen, maar ik kon niet instemmen met de prijs. Heftig afdingen hielp niet: L. is niet te koop.

Op andere fronten trok ik echter aan het kortste eind. Bij Keta mocht de Belanda voor slechts $3 de berg op, tegen de 30 cent voor de Indonesiër. Ja, het leven is hard.


- Posted BlogPress from my iPhone

maandag 5 juli 2010

Zwetend naar Salatiga

Nu ik weer terug ben in Yogja neem ik weer even tijd om wat ervaringen vast te leggen. Tussen twaalf en drie is het hier toch te warm. Iets waar de imam geen last van heeft, want die roept luidkeels op tot gebed.

De afgelopen dagen ben ik op bezoek geweest in Salatiga. Dat was geen sinecure want vanuit Yogjakarta betekende dat twee uur met de stadsbus richting het noorden. Connexxion kennen ze hier niet, maar de hop-on-hop-off methode wel. Met of zonder backpack. De zweetbus noemen ze het hier. Dat is geen metafoor.


View Larger Map

Wederom zaten we gedurende de eerste twee uur met de vraag of we wel de juiste richting opgingen, maar het was wel erg gezellig. Muziek, hapjes en ons toelachende gezichten. Want ook L. is hier met haar blonde haar een toeristische trekpleister. Ze moet constant met iedereen op de foto. Dat is niet erg, want voor 2000 Idr. is dat natuurlijk geen enkel probleem ;-)

Na een overstap en een motorritje waren we er. Eerst natuurlijk makan makan, want er gebeurt hier niets zonder voldoende brandstof. Daarna werden we aan iedereen voorgesteld. Handen en voetenwerk en veel blijven glimlachen. Daarna hebben we maar een dutje gedaan vanwege de jetlag. Bovendien moesten we fit zijn, want om 21:00 lokale tijd begon de kwartfinale. Met een Bintang in de ene hand en een pisang goreng in de andere zagen we daar de glorieuze 2-1! Gekkenhuis! Mijn vader kreeg bijna een derde hartaanval.

zondag 4 juli 2010

Erfgoed en zwavel


View Larger Map

Jakarta is een aparte stad. Ik ben vanuit Nederland met veel verwachtingen vertrokken, maar weinig herinnert hier aan Nederlands-Indië. Die tijd is in de hoofdstad voorbij. Het is ook 'ons' erfgoed waar ik altijd aan denk bij Indonesië. Iets wat je beseft wanneer je voorbij de kippenbrug in Ancol loopt. Vergane glorie met een vleugje zwavel (zij die er geweest zijn weten wat ik bedoel). Jakarta heeft andere, eigen, prioriteiten. Daar veranderen de plukjes zwetende Nederlandse romantici (want wat moet je nu echt voelen bij die VOC mentaliteit) niets aan. 
 
Het bijzondere zit dan ook in de kleine dingen en de eigen fantasie. Of de fantasie van Daniel: de baas van het museum Sejarah Jakarta. Daniel heeft een droom: de wederopstanding van een stukje Batavia, zonder roet, minimale infrastructurele schade en met hordes Belanda. Er is dus hoop. Met veel enthousiasme vertelde hij over zijn plannen om het een en ander te restaureren en bood ons als sluitstuk een limited editie kopie van een 17e eeuwse kaart van Batavia aan. Die hebben we maar in Jakarta gelaten. Dat leek ons veiliger. Bovendien moesten we op pad: naar mijn vader in Salatiga. 

- Posted using BlogPress from my iPhone

Kerata api


View Larger Map

Terwijl ik dit schreef, schoof ik met de Argo Lawu richting Yogyakarta. Eigenlijk zou ik toen met mijn gezicht tegen het raam geplakt moeten zitten om alle cultuur op te vangen, maar dat hoefde niet. Het was pikkedonker, in de verte een lange rij oranje lantaarnpalen. Het was net de Nederlandse polder. De schuldigen: de Indonesische schooljeugd. Op vakantie met paps, mams, broertjes, zusjes, opa en oma. Alleen de nachttrein had nog twee plekjes. 

Niet dat dit de reis saai maakt. Integendeel, 's nachts reizen is per definitie spannend. Waar ben je? Waar ga je heen? Het is een raadsel in het donker. Letterlijk, want we zijn op goed geluk ingestapt. Dit was minder avontuurlijk dan het klinkt. Voor vertrek liepen wij het Gambir treinstation in en werden we door het stationshoofd richting perron empat gestuurd, op het perron wist zijn collega echter te vertellen dat dit toch echt tiga moest zijn, maar dat was volgens een medereiziger een misvatting, waarop omgeroepen werd dat vanaf perron dua de trein naar Yogyakarta zou vertrekken. Het Belgische koppel naast ons ging voor tiga en wij uiteindelijk ook. Pas toen de conducteur onze kaartjes knipte zat ik lekker. Er kwam zelfs nasi. 


- Posted using BlogPress from my iPhone

donderdag 1 juli 2010

Jakarta mengelmoes

Lang leve de jetlag. Slaap? Ik heb het niet. Dat is handig aangezien het WK zich hier in de nacht afspeeld. Op reis zijn is één ding, het WK missen is een tweede. Hoewel Indonesië geen team in het toernooi heeft, is men hier bloedfanatiek. En dat gaat gek genoeg heel eerlijk. Men verdeelt het aantal aanwezigen namelijk over twee groepen: groep x is voor het ene team en groep y voor het andere. Wij waren voor Spanje. 

Door het voetbal (en de Bintang) begon de dag wat traag. Dat is gezien de hitte helemaal geen verspilde tijd, want Jakarta is naast druk vooral HEET. Gelukkig heb ik hier helemaal geen last van: ik voel mij hier als een vis en het water. Ik heb duidelijk roots hier. Iedereen lijkt op een oom, tante of neef, maar dan kleiner. Toch wijzen steeds meer kleine dingen op het onontkenbare feit dat ik hier niet thuishoor: het begint met lachen, vervolgt met wijzen en eindigt met 'gado gado'. Ik mag mij dan wel op en top Indo voelen, maar daarmee spreek ik nog geen woord Bahasa.  

Dit gebrek is tevens een zegen want we eten hier fantastisch: wat een late night snack had moeten zijn, werd een een volledige rijsttafel! 


Dan ben je blij dat je niet op de budgettour bent. Toch voel ik mij af en toe bezwaard. Rijk ben je hier snel, maar arm nog sneller. Links en rechts zie je dat niet iedereen profiteert van de welvaart. 

Welvaart creëer je echter voor een groot deel zelf en dat principe hebben de taxi chauffeurs hier het beste begrepen. Lopen is namelijk niet echt een optie in de stad. Het kan wel, maar dan moet je over meer dieptezicht beschikken dan deze halve blinde. Een goed alternatief is dan de taxi. Prachtige mannen en assertief, want de fooi berekenen ze zelf wel. 'Doe maar 5000 terug...', zei ik bijvoorbeeld tegen één van hen. Nou, dat had hij zelf al bedacht :)

Als afsluiter van de dag ben ik toen maar een potje gaan schaken met de zoon van de sigarettenverkoper aan de overkant. Grondig verslagen keerde ik tevreden terug na de eerste echte dag in Jakarta, Indonesië. 

dinsdag 29 juni 2010

Kwantificeren

Kwantificeren is een van mijn hobby's. Als digitale archivaris doe je naar mijn mening niet anders. Een paar getallen dus: 2:12000000, 90, 15, 5, 1/3 en 2. Mijn reis tot nu toe.
Op de 12 miljoen inwoners van Istanbul twee bekenden tegen gekomen. Met hen negentig minuten Robben beleefd.Vijftien uur lang me verbaasd over het menselijk vliegvernuft. Vijf tijdzones tussen Jakarta en Amsterdam. Als een echte toerist mij voor meer dan 1/3 laten afzetten door een taxichauffeur. En van twee dagen 23 maken.

- Posted BlogPress from my iPhone

donderdag 17 juni 2010

Presentaties van de KVAN 2010 studiedagen

Inmiddels zijn ook de presentaties beschikbaar via SlideShare.

Bijvoorbeeld:

KVAN 2010: De tweede dag

De beste zaken op een congres worden doorgaans buiten het officiële programma gedaan. Tijdens de KVAN studiedagen is dat niet anders. Het is een uitstekende gelegenheid om je collega's in den lande beter te leren kennen en om de instelling overstijgende problematiek eens goed door te spreken. De in mijn vorige post aangekondigde borrel was in dat opzicht dan ook een succes. Met de collega redactieleden van het Archievenblad sprak ik over de mogelijkheden en onmogelijkheden van digitale publicatie. Vanuit Rotterdam kwam er informatie over het e-concern en met Gelderland werd publieksbereik besproken. Voldoende thematiek. Een nadeel van deze congresroutine is dat de nachten kort zijn. Zeker wanneer er abdijbier wordt geserveerd: Mens sana nonpotest vivere in corpore sicco.

Gelukkig was de eerste inhoudelijke sessie van de dag de keynote van Léon de Caluwé. In één woord: prachtig. Caluwé sprak over de verschillende stijlen van denken en doen. Veranderkunde met kleuren. Er was veel herkenning in de zaal en hier en daar een gele, blauwe, rode, groene of witte kop. Voor degenen die er niet bij waren (en daar schrijf ik natuurlijk voor) zal ik hier het verhaal niet over doen. Ik raad je aan de kleurentest te doen. Ikzelf ben kleurenblind.

Daarna was het tijd voor serieuze zaken en inhoud. Maarten Hillenaar (CIO Rijk) ging in debat met Martin Berendse (Algemeen Rijksarchivaris) over de toekomst van de informatiehuishouding van het rijk en de rol van het archief. De boodschap was duidelijk: samenwerken en elkaar aanvullen met als kern de openbaarheid van bestuur. Beide heren werden ondersteund door een prachtige Prezi.










Van bestuur weet ik sinds de KVAN dagen alles, want tijdens de ALV van de vereniging ben ik voorgedragen en benoemd tot student-bestuurslid van de vereniging. Een grote eer en inhoudelijk een erg leuke klus. Als studentlid heeft de opleiding natuurlijk mijn grootste aandacht, maar in dat kader kijk ik ook erg kritisch naar de certificering.

Als kersvers bestuurslid was het dan ook voor de hand liggend dat ik deelnam aan de sessie onder leiding van Paul Breevaart over de te schrijven Archiefvisie van OCW. De sessie was bedoeld als try-out voor de discussiesessies die OCW gaat organiseren om zich te laten informeren vanuit het veld.  De discussie moet nog loskomen, maar een eerste stap lijkt gezet.



foto: Rijckheyt, Heerlen

Hoewel er nog andere sessies zouden gaan starten meldde ik mij bij de stands, want er moesten een aantal zaken voorbereid worden. Als extra onderdeel van de studiedagen zou namelijk het voorstel 'Gemeenschappelijke e-Depot voorzieningen en services' worden ondertekend door een brede vertegenwoordiging stakeholders uit de archiefsector. Als geste werden de boekjes na afloop in gedrukte vorm verspreid en werden zij natuurlijk voor de digitale scherpslijpers (men kan, heb ik begrepen, soms zelfs aanstoot nemen aan niet-digitaal materiaal) ook via http://www.archief.nl/actueel/persberichten/presentatie-plannen-gemeenschappelijke-e-depotvoorzieningen digitaal beschikbaar gesteld. Inge Angevaare van de NCDD maakt verslag van de ondertekening op haar blog.

Tevreden verliet men daarna Rolduc. Het waren twee mooie dagen, leerzaam en interessant. Nogmaals hulde voor de organisatie! Op naar 2011!



maandag 14 juni 2010

KVAN 2010: De eerste dag

Na een lange dag (in Amsterdam begint een dag Kerkrade om 5:45) in een prachtige omgeving is het tijd voor enige reflectie. Het diner is voorbij en de eerste sessies zijn ingedaald.
Grotere kaart weergeven 
is het tijd voor enige reflectie. Het diner is voorbij en de eerste sessies zijn ingedaald.


Hoewel ik mij had voorgenomen om de #pckvan10 bij te wonen, is dit er niet van gekomen. Het was eerst zaak om de Nationaal Archief stand in orde te krijgen. Presentaties laten zich soms slecht laden en de boekjes moeten natuurlijk goed gesorteerd worden. Toch was ik op tijd voor de plenaire opening van het congres die werd verzorgd door de burgemeester van Kerkrade. Ongevraagd gaf hij een interessante analyse van de recente verkiezingsuitslag in zijn stad. Hij moest het blijkbaar kwijt. 


Het congres werd rond 12:30 geopend en werd direct gevolgd door de eerste keynote. Dit was de lezing van Douwe Draaisma waarin hij een vergelijking trok tussen het geheugen en het archief. Een leuke metafoor en een erg leuke lezing. Deze keynote duurde echter tot 14:00 en de aandachtige lezer onder u heeft het al door: deze jongeman zat op hete kolen! Desondanks en dankzij mijn iPhone heb ik rustig gewacht tot na de opvolgende uitreiking van de Duparc prijs (die overigens zeer terecht is uitgereikt aan Julia Romijn-Wixley en Aron de Vries voor hun onderzoek naar toegankelijkheid) waarna ik met de andere archivarissen met Oranje koorts de 2e helft heb kunnen kijken van de naar mijn mening belabberde wedstrijd van het Nederlands elftal (pas toen Elia en Ibi er in mochten werd er voetbal gespeeld). 


Na die opwinding was het tijd voor arbeid. Als zaalvoorzitter had ik de eer de presentatie van Elco van Staveren in te leiden die inging op de plannen van de Koninklijke Bibliotheek om tot een landelijke platform voor online digitale publicaties te komen. Uitstekend verhaal met een duidelijke boodschap: alleen door onze verschillen te accepteren, kunnen we samenwerken.


Goede initiatieven kwamen ook naar voren tijdens de presentatie van RODIN (Referentiekader Opbouw Digitaal Informatiebeheer). RODIN 'is een handzaam instrument voor een adequate en toekomstbestendige inrichting van digitale beheersomgevingen. In de vorm van een checklist kunnen informatiemanagers, adviseurs DIV, archiefinspecteurs en auditors meten in welke mate hun organisatie 'in control' is als het gaat om de verschillende vastgestelde normen en standaarden op het gebied van digitale informatievoorziening. De checklist is niet alleen toepasbaar op overheidsinstellingen die onder de Archiefwet vallen, maar ook op niet-overheden die good governance hoog in het vaandel hebben.' Een goed initiatief, maar wat ik persoonlijk mis een wegingsfactor: wat betekent compliance met RODIN? Al is de selectie van de checkpoints natuurlijk een weging op zichzelf. 


Genoeg discussie voor de borrel dus. En daar ga ik dan ook nu naar toe.



zondag 6 juni 2010

Halen en brengen


Mijn oude middelbare school bestaat dit jaar 90 jaar. Dat was een uitstekende aanleiding voor een reünie. Ook voor de class of 1998. Dit betekende natuurlijk ook dat er een goed gepolijst verhaal moest komen over de heroïsche zegetocht na mijn vertrek uit Roosendaal. Helaas kon je daar in vroeger nog wel mee afkomen. Een duur pak, een geleasde vrouw en auto en een persoonlijke lening en je was het mannetje. Tegenwoordig ligt dat anders.

Je bent bekend. Iedereen weet wat je doet. Via Twitter, LinkedIn, Facebook, SchoolBANK en Hyves kun je ieders doopceel lichten. Wat doet die flapdrol die links vooraan zat tegenwoordig voor de kost? Is die oude liefde al getrouwd met drie kinderen? Weinig is meer privé als je enige activiteit hebt ontplooid op het net. Maar dat is nu ook de fun. Je houdt contact met mensen over heel de wereld. Je weet wat de ander bezighoudt. Nooit meer die intro “Wat is het lang geleden..........” Je pakt de draad direct weer op, omdat je elkaar gisteren nog op Facebook hebt gezien.

Zo werkt het ook met je professionele contacten op het net. Je weet waar iemand mee bezig is. Je kunt helpen en samenwerken. Eens even sparren over een nieuw idee of informatie brengen wanneer je ziet dat er iemand met een vraag zit. Daar liggen nog veel mogelijkheden voor het archief. We zijn goed in ontvangen, maar kunnen nog zo veel meer brengen. 

Instant alles

Infobesitas. Een nieuwe ziekte voor een nieuwe tijd.

Get Microsoft Silverlight Bekijk de video in andere formaten.

Op GGZnieuws.nl wordt beschreven wat deze nieuwe aandoening inhoudt. De angst om er niet meer bij te horen omdat je bepaalde informatie mist. Vervelend, omdat de informatie je massaal toegeworpen wordt. Als archivaris heb je het relatief makkelijk, want je bent getraind in het selecteren en waarderen van informatie. Aan het archivarislijf geen polonaise!

Zeker niet omdat we met velen zijn en we allemaal bijdragen aan het selectie en waarderingsproces. Via Twitter, Facebook, LinkedIn en Instant Messaging (IM) houden we elkaar op de hoogte van de laatste nieuwtjes, wetenswaardigheden en voetbaluitslagen. Overige informatie is ruis.

IM is nog directer. Even een bilatje met een collega in Korea? Geen probleem: direct contact, zonder ruis. Andersom kan onze archiefgebruiker vanuit de eigen luie stoel vragen afvuren over de laatste online toegang zonder dat daar een reis richting Den Haag tegenover moet staan.

Maar waarom niet even een belletje? Dat is toch ook direct? Een telefoontje kan natuurlijk ook altijd, maar beschrijf jij maar eens in drie tellen de linker bovenhoek van die Kadasterkaart... Met IM kun je direct een detailafbeelding meesturen. Handig, direct, eenvoudig en bovendien leuk.

zondag 30 mei 2010

De koffieautomaat online

Coffee, Cup and Beans
In mijn korte professionele leven heb ik het meeste geleerd in het bijzijn van koffie. De koffieautomaat als drinkplaats voor de homo archivaris. Hier leer je als jongeling de kneepjes van het vak. Overleven op de oneindige steppen van het records continuüm. Beschrijven of beschreven worden.

Twitter is de online koffieautomaat. Hier hoor ik de laatste kunstjes uit archievenland. Hier krijg ik de nieuwste standaarden, oplossingen én fouten geserveerd. In een heerlijk ongedwongen sfeer. Ik leer collega’s kennen die ik wellicht nooit in de levende lijve zal ontmoeten, maar op den duur misschien beter ken dan mijn collega’s aan de overkant. Voor- en nadelen dus. Maar vooralsnog geniet ik enorm van de voordelen.

woensdag 26 mei 2010

Zand in de ogen

Van alle dingen vind ik de sandbox het minst motiverende ding. En dat terwijl ik in de wiki juist een grote motivatie ie. De reden is eenvoudig. Na ding #13 is #14 een beetje mosterd na de maaltijd.

Maar dat wil niet zeggen dat ik het idee van de zandbak niet kan waarderen. Het is namelijk een ideale methode om te kijken of een wiki wat voor je organisatie is en of een wiki wel het meest geëigende instrument is om je doel te bereiken. 2.0 applicaties moeten mijns inziens namelijk nooit als een doel op zich worden gezien. Het gaat om de manier van communiceren en niet zozeer om het instrument. Dus in een zandbak springen voorkomt zand in je ogen.

En om af te sluiten een klassieker op het gebied van zandbakken ;-)

dinsdag 25 mei 2010

Motivation by wiki

Motivation

Mijn conclusie na het bekijken van diverse wiki's is voor mij dat een wiki zo succesvol is als de gebruikersgroep die er achter staat. Een niet zo een wereldschokkende conclusie, maar als ik denk aan de toepassingen wel een heel belangrijke. Is je gebruikersgroep klein, slecht gemotiveerd of zit deze gewoon zonder tijd dan is een wiki net zo handig als elke ander kennisdelingsinstrument. Sterker nog, dan zou ik er niet eens aan beginnen.

Motivation


Maar beschik je wel over die potentieel grote, gemotiveerde en enigszins timemanagementgewijsonderlegde gebruikersgroep dan is de wiki een ideaal instrument om kennis te delen en vast te leggen. Zeker wanneer de middelen beperkt zijn en je niet te veel wil leunen op een ondersteunende organisatie.

Het lijkt mij een ideale manier van werken binnen een kennisorganisatie. Je krijgt als deelnemer een eigen verantwoordelijkheid en vrijheid ten opzichte van de organisatie om je kennis vast te leggen en te delen. Dat laatste maakt het nog idealer omdat je informatie automatisch voor de gehele groep beschikbaar maakt. Dat dwingt je er als auteur toe om je bijdrage goed te ordenen en op te schrijven. Peer review on the job! Wat wil een kenniswerker nog meer?

Peer Review Monster

maandag 24 mei 2010

Altijd maar weer een label op dingen willen plakken

Het is weer verkiezingstijd: debatten, posters en veel, heel veel labels. Socialist, liberaal, populist, christen, Henk of Ingrid. Iedere deelnemer aan het politieke debat krijgt onherroepelijk een stempel opgedrukt. Dat die classificaties vaak de plank misslaan doet vaak niet ter zake. Neem bijvoorbeeld de labels Henk en Ingrid. Henk en Ingrid staan in het PVV psyche bekend als de normale man en vrouw, die bijkans schreeuwen om premier Geert. Dat een ander –niet in het minst Henk en Ingrid zelf- hen kan zien als potentiële D66 of Groen Links stemmers doet daar niets aan af. Henk en Ingrid hebben als labels een bepaalde connotatie gekregen. Elk label, elke tag, elke beschrijving is dan ook context afhankelijk. Tagging alleen leidt dus niet automatisch tot betere ontsluiting, maar geeft je zoals Ton de Looijer al zegt wel inzicht in het perspectief van de gebruiker.

Delicious is daarom voor mij vooral handig om te zien wat vrienden en collega’s belangrijk of interessant vinden. Hun context ken ik waardoor hun tags ook betekenisvol zijn voor mij. Om die reden zijn we binnen het huidige programma Beleid (waar ik tijdens de transitie nog deel van uitmaakte) ook begonnen met Delicious om elkaar op de hoogte te houden van interessante websites.

Dat zoiets voor gebruikerscommunities met hun eigen onderzoeksjargon ook goed werkt, lijkt mij evident.

maandag 3 mei 2010

10 x 2.0 wolkjes

Flickr tagcloud (from my Del.icio.us account)

Na de eerste dingen ben ik zelf steeds enthousiaster geworden over alles wat met 2.0 te maken heeft. Maar betekent dat ook dat wij als archivarissen al ons geld op 2.0 moeten zetten? In mijn optiek zijn we vooral bezig geweest met een nieuwe manier van communiceren. Iets wat we als archivarissen ook kunnen doen met ons publiek. Dat kan dankzij internet een stuk sneller, eenvoudiger, efficiënter en directer. Vooral dat laatste heeft een grote impact: kennis van de gebruiker kan zonder tussenkomst worden vastgelegd en verzameld. Dat hoeven we zelfs niet meer zelf te doen: opslag is geen issue meer, de cloud is the limit. Alles interactief, alles delen, alles doen, alles in de wolk. Dat hier mooie dingen uit kunnen komen, heb ik kunnen zien bij ding #1 tot en met #10.

Maar we moeten daarbij niet vergeten dat we het uiteindelijk over hulpmiddelen hebben. Instrumenten waarmee we mooie dingen kunnen maken en laten maken. 2.0 is geen doel op zich. Het feit dat we iets kunnen, hoeft nog niet te betekenen dat we het ook moeten doen. Iets niet 2.0 doen wil nog niet zeggen dat we 1.0 bezig zijn.

Dus zoals bij alles: bezint eer u begint. Want voor je het weet...

Oil Derrick Explosion

zondag 2 mei 2010

Vous-êtes shit

De laatste dag begon vrij vroeg. Ons hotel lag namelijk in de rosse buurt. Altijd gezellig, maar op 30 april 6:00 iets minder gezellig. Een ontevreden manspersoon riep namelijk gedurende een uur tegen een mij verder onbekende andere persoon: "Vous-êtes shit!" Nu is mijn Frans niet meer wat het is geweest, maar deze boodschap kon ik wel plaatsen. Vroeg op dus, maar op tijd in het congrescentrum.

Volgens mij zoek je tijdens een congres altijd naar directe toepassing voor je eigen werk. Vaak komt het daar niet direct van, maar dit congres had als uitdrukkelijke opdracht de praktijk. En juist op de laatste dag was er een heerlijk praktische sessie van Christopher Prom die een aantal testcases aan ons presenteerde. Op zijn website reikt hij ons allerhande hulpmiddelen aan voor digitaal archiveren. Daar ga ik nog eens nader naar kijken. Ik werd er meteen enthousiast van.

Het congres werd afgesloten met Charles Leadbeater, een zelfverklaard ideeën generator. Hij vertelde een leuk verhaal over de veranderingen in de omgang met informatie. Een luchtige afsluiting van het congres. Nu nog wachten op de presentaties. Die worden binnenkort geplaatst op de website van het SFA.

Omdat ons vliegtuig pas in de avond zou vertrekken, hebben we de rest van de dag rondgelopen in het prachtige Genève. Zoals altijd kwam daar weer voldoende beroepsdeformatie bij kijken. Archivarissen leren het helaas nooit.

Maar gezien het semi-lekkere weer hebben we ook voldoende van de stad kunnen zien én zijn we op zoek geweest naar presentjes voor het thuisfront. Gelukkig hoefde ik er niet lang over na te denken...

De derde dag

Mijn derde dag begon met een sessie over some things and no things door Evert Florijn en Gary Brannan. Zij gingen in op de nieuwe media en de wezen ons op het feit dat archivarissen moeten veranderen in wereld waarin informatie niet meer tastbaar is: "if it's not tangible it doesn't mean it's not important". Helemaal waar, doch er miste wel een stukje. In elke discussie over 2.0 en andere 'nieuwe' media mis ik het waardering & selectievraagstuk. Het is waar dat we te maken hebben met fundamenteel andere archiefstukken, maar het gaat nog altijd om archiefstukken. Waardering & selectie horen daar bij. In andere woorden: het feit dat we veel meer kunnen vastleggen, wil nog niet zeggen dat we dat ook moeten doen. Gelukkig kwam Charles Jeurgens daar nog op terug in zijn verhaal over Appraisal between risk and choice. Kwam het toch nog goed ;-)

Iemand die ook over 2.0 heeft geschreven is Steve Bailey en hij verzorgde een keynote na de lunch. Hier had ik erg naar uitgekeken omdat ik ook heb genoten van zijn boek. Hij stelde niet teleur. Hij bracht een stevige stelling: "the future of digital preservation lies with Google" en stelde daarbij natuurlijk meteen de vraag of dit nu ook de bedoeling is... Het argument was vrij eenvoudig: Google centraliseert op het web. Steeds meer mensen, bedrijven en ook overheden maken gebruik van de diensten van Google en slaan hun informatie op in de cloud. Dit is op zich geen probleem, maar betekent wel dat het Google is die deze informatie beheert en behoudt. En Google heeft terecht andere belangen. Bailey stelde dan ook dat wij onze verantwoordelijkheid moesten nemen in de cloud... Hoe we dat gaan doen? Houd zijn blog maar in de gaten.

De dag eindigde met een galadiner mét dresscode.

Het eten was heerlijk, maar de traditionele jodelmuziek had voor mij niet gehoeven. Maar gelukkig overheerste de gezelligheid. Na het diner ben ik met een aantal Vlaamse collega's door de stad gaan wandelen en hebben we een aantal prangende archiefkwesties opgelost onder het genot van enkele welgeplaatste pressions.







Nummer 2



De vorige post is enigszins met haast geschreven omdat mijn ogen bijna dichtvielen. Een rustig diner met goede wijn waren de schuldigen. Vandaag ben ik scherp. Ik moet immers drie wedstrijden in de gaten houden: NEC-Ajax, NAC-Twente én (voor de vorm) AZ-PSV.

Na een eigen bijdrage is een congres een stuk beter te verteren. De handen vrij en sessies volgen, handjes schudden en informatie verzamelen. Daar kun je een dag mee vullen.

Maar er lag ook ander werk te wachten: de Flying Reporters verwachtten ook nog een stukje van mijn hand. Deze groep enthousiaste nieuwe archivarissen zorgden net als in Kuala Lumpur weer voor een live verslag van het congres. Dit maal via een weblog. Omdat ik een van de reporters nog ken uit het verre Oosten mocht ik ook een stukje bijdragen. Een andere interessante sessie werd verzorgd door Jane Stevenson over de Archives Hub EAD editor en de nieuwe Digital Archiving Object (DAO) EAD tag. Interessant! Daar moet ik Collectiebeheer nog eens over uithoren. Kunnen we hier iets mee met betrekking tot hybride archieven? Helaas moest ik iets eerder weg, want er was een andere sessie die ik absoluut niet wilde missen. Want niemand minder dan Luciana Duranti zou gaan spreken over Digital Forensics en Diplomatics. Naast de inhoudelijke interesse was ik ook benieuwd naar de persoon Duranti. Het is namelijk altijd leuk om de mensen die je quote in je eigen paper eens in levende lijve mee te maken. Het viel niet tegen. Het zat wel goed met die quote.






woensdag 28 april 2010

Praktische zaken


Het laatste nieuws hier is de ‘overwinning’ van Inter. Slecht nieuws dus. Ik haal de jongens nooit meer in bij de Uefa Fantasy Champions League. Gelukkig heb ik vandaag al een ander hoogtepunt gehad. Om 12:00 mochten collega B. en ik namelijk aan de slag: “Post-custodial approaches at work in the Netherlands”. Een duo presentatie.


Beiden waren we eerlijk gezegd toch zenuwachtiger dan verwacht. De zaal zat dan ook voller dan verwacht en we hadden bepaalde verwachtingen gewekt. We hebben ons best gedaan. Ons verhaal ging over de inspanningen die we leveren met het ministerie van BZK en het Kadaster. Theorie en praktijk. We hadden een overvol programma en hadden dan ook de grootste moeite om ons binnen de tijd te houden. We liepen 7 minuten uit en ondanks onze eigen zenuwen, het noemen van post-cusfodial approaches en minifries of the Inferior waren de reacties positief. Onze boodschap was overgekomen. Vooral het feit dat we ingingen op de “lessons learned” werd erg op prijs gesteld.

Dat is misschien ook het thema van ECA. Theorie verbinden met de praktijk of zoals tijdens de openingsceremonie werd gezegd: “we must overcome practical issues.”



Het congres steekt ook in alle opzichten in op de praktijk. Alle 650 deelnemers zijn zich bewust van de praktische issues van het digitale archiveren en beseffen ook dat “e-archiving is something of the present, not the future”. Het congres trapte af met onze eigen emeritus hoogleraar Eric Ketelaar die ons wees op de veranderde verantwoordelijkheden van de archivaris. Op een vraag uit het publiek wat ons archivarissen onderscheid van informatiemanagers of ICT-ers had hij dan ook een duidelijk antwoord: “wij zijn verantwoordelijk voor het gehele continuüm van het record. De context. Niet alleen voor de individuele stukjes informatie. Het congres is begonnen.

dinsdag 27 april 2010

ECA 2010: de eerste dag

Vandaag aangekomen in Genève met collega B. na een vrij oninteressante reis vanuit Amsterdam. Geen aswolk, geen turbulentie. Maar op het vliegveld begon het congres direct. Want aan de bagageband kwam ik een oude bekende uit Kuala Lumpur (ICA 2008) tegen. Een Flying Reporter! Meteen ingezet op een aardig artikel over onze presentatie. Je moet het toch ergens vandaan halen.




Daarna door naar de stad en het hotel. Stad geweldig en hotel interessant... Ze rekenen hier volgens mij ook een geweldig uurtarief.

Na het regelen van de formaliteiten was het tijd voor serieuzer werk. We hebben onze presentatie eens stevig onder handen genomen. Na een uur of twee stevig onderhandelen waren er qua verdeling wel uit. B. de theorie en ik de praktijk. Het wordt een mooi verhaal. Jammer dat we maar een half uur mogen praten. Aan de andere kant: het mag soms ook wel wat korter.

Met een goed gevoel gingen we dan ook naar het congrescentrum. Want daar begon het echte werk: de eerste borrel. De borrels zijn het moeilijkst. Een presentatie schud ik er wel uit, maar een interessante conversatie gaande houden èn enigszins doordrinken op een inmiddels lege maag is lastig. Gelukkig had ik voldoende rugsteun van mijn collega's en is Daniel Pitti een leuke gesprekspartner.

Maar leuke gesprekspartner of niet, de maag won het uiteindelijk.



Om een uur of acht zijn we richting een  restaurant gegaan met onze congrestasjes en hebben we ons versterkt met een lekker stuk vlees. De eigenaar was zo vriendelijk om de televisie aan te zetten dus ik heb Bayern weer zien schitteren. Met als gevolg dat ik op dit tijdstip nog achter mijn laptop zit te tikken. En dan te bedenken dat ik ook nog iets voor de Flying Reporters zou schrijven...


Morgen verder.

zaterdag 24 april 2010

Eerlijk delen?

Om een zinvolle toepassing te vinden voor Google docs heb ik hard moeten nadenken. In beginsel is het natuurlijk een prachtige toepassing. Samen werken aan een dossier. Ideaal! Wie kent het niet? Je werkt in een werkgroep aan hèt idee van 2010. Iedereen heeft inspraak en mag zijn of haar zegje doen. Dat betekent in de meeste gevallen dat jij als secretaris (als zodanig benoemd omdat je er de eerste vergadering niet bij kon zijn) een stortvloed aan revisies mag doorploegen om te komen tot een idee van 2010. Op zulke momenten biedt een tool als Google docs de oplossing: slechts één stortvloed en netjes gedocumenteerd in tijd.

Maar dan moet wel iedereen met Google werken en het is de vraag of je alles wil delen met de grote G. Gevoelsmatige kwestie misschien, maar laten we eerlijk zijn: soms zijn de reclames bij je Gmail wel erg gepersonaliseerd...

Toch heb ik er wel iets voor gevonden. Volgende week reis ik samen met o.a. Bart Ballaux af richting Genève voor het ECA 2010. Om een optimaal programma te volgen, heb ik een persoonlijk programma gemaakt dat ik deel met de meereizende collega's. Daarnaast heb ik een format voor sessieverslagen aangemaakt, want we hebben natuurlijk allemaal de intentie om uitvoerige verslagen te maken... :-)

zondag 18 april 2010

Op de kaart


Grotere kaart weergeven

Na het kijken van een documentaire over SXSW in Austin Texas ben ik begonnen met georeferen. Één van de ‘entrepreneurs’ sprak zijn vertrouwen uit in de Gowalla. Dan kun je natuurlijk niet achterblijven.
Gowalla is ‘the easiest way to share places you go with friends’. Dat hebben mijn friends geweten: ik hield enkele dagen nauwkeurig bij waar ik was, wanneer ik daar was en eventueel wat ik daar deed. Dat werd mij –tot mijn grote verbazing- niet in dank afgenomen. Het blijkt namelijk dat ik mij meestal op een NS station bevind en dat kan niemand ook maar iets schelen. Ik werd dan ook vriendelijk verzocht mijn georeferentie te staken. Of in ieder geval de link naar Twitter en Facebook te doorbreken. Ik ben maar gestopt. Georeferen is niets voor mij.

Archiefstukken daarentegen zijn ideaal georeferentiemateriaal. Archief is procesgebonden informatie waarmee wij als onwetende burgers processen kunnen reconstrueren. Elk proces heeft geografische kenmerken. Bij kaarten is die link evident, maar ook tekstuele archiefdocumenten kunnen nu eenvoudig geografisch tot leven gebracht worden. Dat maakt mij ook zo nieuwsgierig naar de acquisitie van tweets door de LOC. Zit hier ook de geoinfo die je aan een tweet kan toevoegen bij zoals Layar dat al doet? De landkaart van een roddel…


Terug naar de bron weergeven op een grotere kaart

zondag 4 april 2010

Brandend zand en andere verhalen

Zoals ik het zie, zijn archieven een communicatiekanaal naar het verleden. In mijn geval letterlijk, want het is een manier geworden om met mijn vader te praten over zijn verleden. Het kenmerkende van mijn vader is namelijk dat hij niet of nauwelijks over zijn verleden praat. Het is taboe. Archieven zijn niet taboe, hoogstens beperkt openbaar. Daar liggen dus mogelijkheden.

Zoals mijn naam al verraadt, heb ik Chinees bloed. Ik ben dan ook een product van de Nederlandse koloniale geschiedenis. Mijn vader werd geboren in Nederlands-Indië in de stad die nu Jakarta heet. Mijn oma was een Indische Nederlandse en opa een Indische Chinees.




Het geboorteland van mijn vader bestaat niet meer. Na de soevereiniteitsoverdracht raakte hij en vele anderen als het ware een stukje van hun geschiedenis kwijt. Zij woonden niet langer in Nederlands-Indië, maar bevonden zich plotseling in de nieuwe republiek Indonesië. En hoewel mijn oma een Nederlands paspoort had, werden mijn vader en zijn broers en zussen plotseling Indonesiërs.

In het dagelijks leven merkte mijn vader hier niet veel van. Hij was nog jong. Maar op zijn tiende werd de nieuwe realiteit ook aan mijn vader opgedrongen. Wat in Nederland bekend staat als Zwarte Sinterklaas heeft mijn vader aan den lijve meegemaakt. In 1957 nationaliseerde Soekarno alle Nederlandse bedrijven in Indonesië en werden de Nederlanders gesommeerd het land te verlaten. Mijn oma moest vertrekken en nam haar kinderen mee. Opeens was mijn vader stateloos.

Dit is een traumatische ervaring geweest voor veel Indische Nederlanders en ook voor mijn vader. Vaak is het onderwerp nog steeds taboe en wordt er niet over gesproken. De tweede generatie wil echter meer weten van het verleden van haar ouders en moet op zoek naar andere bronnen: archieven.

Het Nationaal Archief is in dat opzicht een schatkamer. De vele overheidsarchieven geven een beeld van Nederlands-Indië en van het leven dat mijn vader daar geleefd heeft. Maar hoe kom ik dichter bij mijn vader zelf? De overheid is slechts een van de actoren in de samenleving en vertelt slechts een deel van het verhaal.

Een mooie ontdekking deed ik in een particulier archief dat door het Nationaal Archief is verworven. Daar vond ik een passagierslijst van de m.s. ‘Johan van Oldenbarnevelt’ van de Stoomvaart Maatschappij Nederland uit 1957. Daaruit blijkt dat mijn oma, mijn vader, ooms en tante in december vertrokken uit de haven van Tanjung Priok richting Amsterdam. Ik weet in welke hut zij zaten, wie hun buren waren en hoeveel de overtocht heeft gekost (adoe duur!). En dat mijn oma had gewerkt als modiste. Kleine beetjes informatie over het leven van mijn vader. Die ik kan delen via archieven.



2.20.23 Inventaris van het archief van de Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN), (1853) 1870-1972 (1973), inv.nr. 963

Ik wacht dan ook op de overdracht van het archief van het Hoge Commissariaat in Indonesië te Jakarta. Daar zouden dossiers in kunnen zitten over de nationaliteitsaanvraag van mijn vader. Het heeft Hare Majesteit namelijk ooit behaagd mijn vader de Nederlandse nationaliteit te verlenen…

zaterdag 3 april 2010

Filmen alsof je leven er van af hangt

Ding #8 komt wat laat voor mij. Youtube is al een oude bekende. Hele avonden kun je er mee vullen. Vaak het teken dat het feestje thuis klaar is... Want zo begint het meestal: je laat een filmpje zien aan je vrienden en daarna weet iedereen er wel weer eentje. Exit feestje; enter Youtube. Ik eindig meestal bij Eddy Murphy en Michael Jackson.



Maar gelukkig zijn er ook serieuzere toepassingen voor Youtube. Zo kunnen we dankzij het Nationaal Archief de gehele 7e Ketelaarlezing terugzien op Youtube...



Inspirerend, maar misschien leent de Ketelaarlezing zich niet echt voor dit medium. Youtube noem ik vluchtig en daar hoort bij luchtig. En dat hebben ze bij Digital Preservation Europe (en die kun je zelf niet vluchtig noemen) begrepen.




Youtube kan dus gebruikt worden om een heel ander publiek te bereiken! Maar hou dan wel rekening met de concentratiespanne van dat publiek ;-)

Mashen?

Mashen? Is dat net zoiets als moshen?

Toen ik nog jong en onbezonnen was, hield ik van metal, hardcore en punk... Hoogtepunt van de week was dan ook het bezoek aan the Pitt (Voor de kenners: de metalbar van Roosendaal)! Daar kon je uit je dak gaan in de moshpit. Daar verloor ik een deel van mijn voortanden. Daar werd ik vroegwijs. Daar leerde ik moshen.



Maar mashen is geen moshen. Al kun je daar ook wat energie kwijt. Vooral spelling met flickr blijft leuk.

IMG_5582 DSC_0262 S H letter I N Caslon metal type letter g tmerge-4 chocolate letter H IMG_5672_2 M letter O letter S letter H

Dat mashen bevalt me wel... Dat kost me geen tanden.

PS Tegenwoordig heb ik bitje in ;-)